'Passie en gedrevenheid maken het verschil'

Mediatraining 16 januari

Sport en journalistiek hebben alles met elkaar te maken en zijn deels van elkaar afhankelijk. Een journalist wil een goed verhaal en zijn lezers zijn geïnteresseerd in het laatste sportnieuws en de achtergronden van de atleten. Een sporter wil positief in het nieuws komen en de lezers een goed beeld geven van hem en zijn sport. Hierover ging de themabijeenkomst van de RTTC Horden Apeldoorn op 16 januari, onder leiding van Wim van Hemert.

Mediatraining (16 januari 2005)

Sport en journalistiek hebben alles met elkaar te maken en zijn deels van elkaar afhankelijk. Een journalist wil een goed verhaal en zijn lezers zijn geïnteresseerd in het laatste sportnieuws en de achtergronden van de atleten. Een sporter wil positief in het nieuws komen en de lezers een goed beeld geven van hem en zijn sport. Hierover ging de themabijeenkomst van de RTTC Horden Apeldoorn op 16 januari, onder leiding van Wim van Hemert.

Wim van Hemert begon in 1960 bij het Algemeen Nederlands Persbureau en deed liefst zesendertig jaar verslag van atletiek, zijn passie. Op een boeiende en persoonlijke manier wist hij te vertellen over de sportverslaggeving, de manieren om jezelf op een positieve manier uit te drukken en de problemen die kunnen ontstaan als dat niet gebeurt.

Het idee van een mediatraining kwam van Henk Kort, voormalig technisch dircteur van de KNAU. Op de NK voor junioren in Sittard, waar de RTTC met elf medailles buitengewoon presteerde, onderstreepte hij nog eens dat de opleiding van atleten niet alleen fysiek is. Naast mentale fitheid, waar vorig jaar tijdens een themabijeenkomst aandacht aan is besteed, vormen ook de media een belangrijk aspect in de opleiding van atleten. Door de inspanning van Henk Kort was het mogelijk om Wim van Hemert naar Apeldoorn te halen.

De meeste RTTC'ers zijn nog nooit of slechts zelden in aanraking geweest met de media omdat velen nog jong zijn en nog niet presteren op nationaal niveau. Voor een interview of wedstrijdverslag komen plaatselijke kranten het eerst in aanmerking. Wijkbladen zijn vaak bedrijfjes van slechts enkele personen die graag kopij krijgen aangeleverd. De eigen atletiekvereniging speelt hierbij een belangrijke rol, want die kan zorgen dat er een stukje wordt geschreven en dat het wordt geplaatst.

Bij een behoorlijke prestatie zullen regionale kranten geïnteresseerd zijn in een interview. Dat is vaak de eerste aanraking meteen 'echte' journalist. Een goede indruk maken is belangrijk. Toch kan het gebeuren dat er in de krant uiteindelijk iets komt te staan dat niet waar is, of worden er woorden in je mond gelegd die je nooit gezegd. Hoe is dat te voorkomen?

Allereerst is het belangrijk dat je een goede indruk maakt op de journalist. Over een atleet die sympatiek overkomt wordt niet snel iets vervelends verteld. Een vertrouwensrelatie tussen atleet en journalist kan heel gunstig voor beide zijn. Maar, benadrukt Wim van Hemert, het kan ook verkeerd uitpakken. In een gemoedelijk gesprek met een bekende journalist vertel je vaak dingen die je eigenlijk niet in de krant geplaatst wil hebben. Achteraf kan je er dan spijt van krijgen; terugtrekken is niet meer mogelijk na publicatie. Nooit dingen vertellen waarvan je niet wil dat het in de krant komt dus.

Bij een ingewikkelde sport als atletiek is het soms voor de journalist moeilijk om goed uit te leggen. Het is de taak van de atleet om de journalist goed voor te lichten over de technische aspecten zoals de hordehoogte. Op die manier kan je voorkomen dat onjuistheden worden vermeld in de krant.

Bewust zijn van wat je zegt is belangrijk, want de consequenties kunnen vervelend zijn. Problemen binnen de vereniging of tussen atleet en trainer kunnen dus beter nooit genoemd worden in een gesprek met een journalist. Maar de manier waarop je iets zegt is minstens zo belangrijk. Lichaamstaal vertelt soms meer dat je woorden en een journalist weet dat. Als je dus vertelt dat je tevreden bent met je resultaat moet dat ook aan je non-verbale communicatie te zien zijn.

Als een atleet vlak na een gelopen race om commentaar wordt gevraagd, vergeet hij nog wel eens te denken aan de consequenties van wat hij zegt. Op dat moment zijn er soms nog frustraties en legt een atleet de nadruk op de dingen die niet goed gingen of beter hadden gekund. Achteraf is de atleet dan wel tevreden, maar op dat moment krijgt de journalist niet het juiste beeld.

Publiciteit kan aangewend worden om eens je trainster te bedanken of de naam van je sponsor nog eens te noemen. Zeker als er ook een foto wordt gemaakt is het naast de vriendelijke glimlach aan te raden om ook het logo van de sponsor in beeld te laten komen. De sponsor gebruikt een atleet "als voertuig om reclame te maken voor zijn bedrijf" en wil dus graag ook zelf zoveel mogelijk in het nieuws komen.

Juist omdat van Hemert zelf journalist is, kan hij een goed beeld geven van 'de andere kant': de journalist. Zoals de sporter onder druk staat vanwege de drang om te presteren, staat de journalist soms onder tijdsdruk om zijn stukje op tijd bij de krant in te leveren.

Eén van de docenten van Wim van Hemert leerde hem iets waar hij zelf veel waarde aan hecht: "Als journalist moet je kritisch zijn, maar dat is voor de sporter niet altijd voordelig. Lees je eigen naam in plaats van de naam van de sporter. Zou jij fijn vinden als dit over jou wordt gezegd?" Helaas hebben niet alle journalisten dit fatsoen.

De aanwezige sponsor, Frits de Vries van het Apeldoornse adviesbureau Lean ent, wist hier nog een wijsheid aan toe te voegen: "Maak ook nooit je tegenstander zwart op een manier waarvan je zelf niet zou willen hebben dat iemand dat over jou zegt."

In de categorie mogelijke problemen vallen ook de kritische of prikkelende vragen die journalisten soms stellen. Als je een vraag niet wil beantwoorden, hoeft dat niet. Je kunt proberen om er onderuit te komen door bijvoorbeeld te zeggen: "daar zijn we nog mee bezig". Via een omweg zullen sommige journalisten er later op terug komen als ze toch graag een antwoord willen. Op enigszins suggestieve vragen is het belangrijk een eenduidig antwoord te geven: ja of nee. Bij een 'ja, maar' heb je de vraag al met ja beantwoord en dat kan de journalist soms goed gebruiken.

Een heel andere vorm van media vormen radio en televisie of de stadionspeaker die je tijdens of na een wedstrijd om commentaar vraagt. Je bent dan als het ware zelf de interviewer omdat je zelf kan bepalen wat de luisteraar te horen krijgt. Hierbij is het ook van belang dat je correct Nederlands gebruikt en je zinnen goed afmaakt, onderstreept Wim van Hemert.

Tussendoor en naderhand kregen atleten en ouders de kans vragen te stellen aan van Hemert. Van tevoren was al aangekondigd dat interactiviteit en eigen vragen deel uit zouden maken van de bijeenkomst. Veel atleten hadden dan ook een vraag verzonnen, waarvan er uiteraard een paar al beantwoord waren in het verhaal.

Zo werd er gevraagd hoe je kan vertellen wat je wilt vertellen als de journalist de vragen stelt en hoe te ervoor kan zorgen dat datgene wat je hebt gezegd ook daadwerkelijk in de krant komt. Sturen van het interview is goed mogelijk door naast het correct beantwoorden van de vragen nog meer te vertellen over bepaalde zaken die je zelf belangrijk vindt. Uiteindelijk is de journalist verantwoordelijk voor wat er geplaatst wordt. Vaak zal deze zelf wel begrijpen als je iets liever niet geplaatst wil hebben, maar beter kan je gewoon alleen zeggen wat je geplaatst wil zien.

Het enthousiaste verhaal van Wim van Hemert, de grote opkomst van atleten en ouders en de aanwezigheid van één van de sponsors maakte de themabijeenkomst tot een groot succes. Het was zeker informatief en waarschijnlijk zullen velen zich hiermee een voordeel kunnen doen.

Positieve publiciteit is voor alle betrokkenen een voordeel, is één van de lessen van de bijeenkomst. Het helpt de atleten van de RTTC, trainster Betty Hofmeijer en de sponsoren Bosch & van Manen, Titus Running Support en Lean ent om verder te komen op de ingeslagen weg van succes.

Maarten Beerepoot, 16 januari 2005

Persbericht 

Sponsoring

TS-logo-2